Oorlog 1944 Deel 2
In november 1944 ging in in het leger omdat het thuis niet lekker liep, mijn vader en schoonvader pisten allebei naast de pot. Het eerste verblijf bij het leger was in Vrasene, daar kreeg ik de eerste opleiding. Ook onze relatie hebben we toen verbroken, bloemetjes plukken was dus gedaan. We waren langs beide kanten kind aan huis, zo hadden we onze vrijheid maar bleven we vrienden. Heel mijn diensttijd was eigenlijk een verhuis. Van Vrasene verhuisden we naar Wemeldingen daar verbleven we ook een paar weken en moesten we aan de haveningang (sas) dieptebommen gooien om te beletten dat de Duitsers met éénmansduikboten het sas zouden vernietigen. Na een tijd liep ik schurft op en werd ik naar het ziekenhuis gebracht in Duffel. Schurft was de ziekte van de tijd en ik heb er nog altijd littekens van. Als we s'avonds elkaar begroeten zeiden we altijd wel te rusten veel "joekel" en een kort armpje. Mijn zus en Juliette kwamen me daar bezoeken en ik weet nog altijd niet of het voor mij was of voor de sigaretten. Ik was een wandelende patiënt en als ik even later terugkwam lagen er bijna altijd sigaretten op mijn bed. Dat kwam dan van het Rode Kruis van Canada, Engeland of Amerika.
In Duffel kwam ik ook nog vrienden tegen van ons compagnie tegen, die waren in het naar huis rijden verongelukt (verlof). Het waren de eerste jongens die al jaren van huisheren
Na Duffel ging ik naar het Maria ziekenhuis van Antwerpen.
In Antwerpen daar weet ik niet meer hoe lang ik was. In het ziekenhuis heb ik nog een Engelse soldaat leren kennen en aangezien we wandelende patiënten waren mochten we buiten en aangezien de avondklok was afgeschaft konden we langer buiten blijven. In het ziekenhuis waren we wel gebonden aan bepaalde uren, en op een keer waren we te laat terug dus kropen we over het hek, maar de bewaking betrapte ons en vlogen in den bak. Toen ik 's morgens wakker werd lag alles wat ik in het ziekenhuis had naast mijn bed en op mijn stoel. Dit was wel het gevolg van de bevrijdingsfeesten in Antwerpen. Ook kwam ik met de Engelse soldaat naar huis en heb hem leren kennismaken met Antwerpen. Wij waren wel speciaal en opvallend gekleed, blauw kostuum en wit hemd met rode stropdas. We kregen ook nog een uitbrander van een officier maar het viel allemaal wel mee. Toen ik ontslagen werd uit het ziekenhuis brachten ze mij naar Breda. Op die kazerne daar wisten ze niet waar mijn legereenheid was. Een paar dagen later had het leger deze gevonden, het was van Wemeldingen verhuist naar Coevorden ergens langs de Duitse grens, van boven in Nederland. Daar moesten we bewaking lopen langs de grens, ons eindpunt was een Duitse boerderij, daar kregen we wel wat drinken. Wat me bijgebleven is is dat op de kast foto's stonden van Duitse soldaten die gesneuveld waren (hun kinderen en familie) Het heette daar Schoonhoven (Schoonebeek blijkt dit te zijn!) , als ik het me nog goed voor heb. Later verhuisden we weer naar Mönchengladbach, daar bewaakte we een krijgsgevangenenkamp met duizenden Duitse soldaten.
Hoe lang we dat gevangenenkamp bewaakten weet ik niet meer maar op zekere dag was het mijn toer om naar huis te gaan en met Piet Van Leeuwen gingen we in verlof naar den Haag waar Piet Van Leeuwen vandaan kwam.
Toen we in Den Haag aankwamen was Piet zijn vrouw naar de cinema maar de buren en familie zijn die gauw gaan opzoeken. Het was wel een emotioneel weerzien want Piet had altijd in Frankrijk gewerkt en was al die jaren van huis. Na verloop van tijd moesten we gaan eten en ze schepten een bord vol rode kool op die niet te overzien was. Piet en ik zagen elkaar aan want eigenlijk hadden geen honger. Heel de kamer stond vol volk met een hoop kinderen erbij en met heel veel ongeloof dat wij dat niet wilden opeten, uit beleefdheid hebben we dan toch maar een hapje genomen en de rest ging allemaal naar de kinderen die er dolblij mee waren.
Na verloop van tijd moest ik zien dat ik Loosduinen terecht kwam. Daar werd voor gezorgd en men trommelde iemand op die mij met de motor wou brengen. Piet en ik hadden er wel voor gezorgd dat we een volle ransel met eten, tabak en sigaretten en spek bij hadden. Ook busjes eten. Om dat een tante er het dichts bijwoonde liet ik me daar in Loosduinen afzetten en betaalde de man met de motor met een pakje sigaretten en die was dolblij. Geld had ik wel maar dat was legergeld en daar hadden die mensen niets aan. Mijn tante en oom waren wel blij met mijn komst, maar ik had dan ook van alles bij en de tabak en sigaretten verkocht ze later in de winkel. De tabak voor mijn opa ging er ook mee door en al hetgeen van waarde was was ik kwijt.
Nederland was ook bevrijd uiteraard en heb dan ook nog de feestvreugde meegevierd. Ik had getekend voor 3 maanden na de oorlog, dus ging ik naar huis naar mijn eenheid. Na nog een paar maanden zat mijn dienst erop. Moet nog even vermelden dat ik op een keer in verlof ging en aan de railey brug stonden (vermoedelijk de Rijn) en we stonden daar meer dan 4 uur omdat er eerst honderden tanks over de brug moesten richting het oostfront
Nederland was ook bevrijd uiteraard en heb dan ook nog de feestvreugde meegemaakt met heel veel vlaggen en oranjeversieringen en er werd volop gedanst op straat.
Mijn schoonvader was intussen sergeant. Charles had toen ook een vriend, dat was Dries. Hij nam die toen mee naar Antwerpen. Later kwam hij ook met zijn vrouw Marie en zodoende werden wij vrienden, eigenlijk werd het meer familie. Mijn schoonvader zag ik niet veel die woonde bij zijn lief, Juliette en ik gingen hem wel eens bezoeken.
Charles kwam eens langs met de auto en een paar soldaten en zei dat hij naar Den Haag reed. Mijn zus Nel en Juliette mochten meerijden als ze wilden, gauw wat kleren gepakt en reden mee.
Eens over de grens was er controle en we mochten niet verder mee, doch we besloten toch verder te gaan en het avontuur verder te zetten. Dat ging goed tot Nijmegen maar bij een controle mochten we niet verder en vlogen we de cel in maar we waren niet alleen en hebben ons niet verveeld. Daar hebben we 3 dagen verbleven. We kregen wel af en toe een verhoor over wie en waar we vandaan kwamen en ook over onze ouders, over mijn vader die sergeant was over mijn broer en over mij en waar ik gelegerd was. Na 3 dagen hebben ze ons weggebracht naar Breda en daar vlogen we opnieuw de cel in bij een vrouw die er al zat. We hadden er wel veel lol met de agenten en verveelden ons niet. Na 2 dagen mochten we naar huis en brachten ze ons naar de Belgische grens. Met 2 de tram op en naar huis. Onze ouders dachten dat we aan zee zaten en wisten niet dat we in het gevang hadden gezeten. Voor mij en mijn schoonzus was het een plezante ervaring. Vanaf nu is de opbouw begonnen en alle lichten gingen weer aan en de avondklok was afgelopen alleen de rantsoenering bleef eten en kolen was nog aan de magere kant.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten