Oorlog 1940 - 1944 Deel 1
Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit! Plots was alles anders. Het schijnpoort werd gebombardeerd en fabrieken werden leeggeroofd van boter en olie. Vanuit het venster zagen de mensen met dozen en flessen over de brug passeren. Wij deden daar niet aan mij omdat mijn vader zei toen dat een oorlog in deze moderne tijd niet lang zou duren! Maar de mensen van België hadden al eens een oorlog meegemaakt en wisten natuurlijk hoe alles in zijn werk ging, die kenden het klappen van de zweep. Ook werd de avondklok ingesteld. Ramen en deuren werden verduisterd, de koplampen van de auto werden afgedekt, er mocht alleen een klein streepje licht doorkomen.
Ook kwam de rantsoenering van alle soorten eetwaren alsook de zeepproducten. Wat we toen kregen met de bonnetjes was niet veel bijzonder. Wat er toen in die tijd heel veel was was vis. Hoe dit precies kwam in nooit helemaal duidelijk geweest.
Een tijd was er geen school maar in september ging alles weer beetje terug normaal, buiten de vliegtuigen en de bombardementen.
Het fabriek maakte verf voor de Duitsers die de verf gebruikte voor het camoufleren van vliegvelden en strategische doelen. Zo kwamen we ook in contact met Duitsers die de verf kwamen ophalen. Deze mensen waren natuurlijk ook heel nieuwsgierig hoe de toestand was maar men moest oppassen want men mocht geen radio hebben alhoewel hier en daar wel iemand nog een radio bezat, oa mijn vader want hij was radioamateur en kon er zelf wel één in elkaar prutsen.
Op een keer kwam een Duitser verf ophalen met een vrachtwagen, even later reed hij zich vast onder de brug van het Schijnpoort aan de lage brug kant, dat was lachen geblazen.
Het werd een tijd van veel miserie en moeilijkheden.
In 1941-1942 was een heel strenge winter. We sliepen met alle jassen aan die we hadden om warm te blijven, want de dekens die we hadden waren niet veel soeps.
In 1942 werd Irene geboren. Ali was ziekelijk en diende geplaatst te worden. Annie ging naar de boeren in Vroenhoven waar ze in 1942 haar communie deed. Ik was ook niet van de sterkste en werd voor 3 maand naar Solierre gebracht, een dorpje dicht bij Hoei. Mijn vader bracht mij weg. Toevallig zat de directeur van de school op de trein en die vertelde dat er geen trein terug was! Mijn vader is toen maar uitgestapt! In Solierre verbleven we in een kasteel met een grote vijver ervoor. Terug thuis ging het leven in oorlogsomstandigheden terug zijn gang.
In de verffabriek was er een machine die graan kon malen en mijn vader deed dat dan ook. Sommige mensen konden dat niet verdragen en wij werden verraden. Op een dag kwam er controle en een huiszoeking. Men vond bussen met erwten en bonen. Een Duitser ging naar zijn overste die mijn vader de vraag stelde : wat is dat hier allemaal? Hoe kan ik anders 8 mondjes voederen antwoorde mijn vader. De overste riep iedereen naar buiten, hier zijn wij niet nodig zei hij. In die tijd ook veel alarm in de school. Voor mij moeilijke tijd gezien ik 3m niet aanwezig was geweest en het was niet evident om de draad weer op te pikken. De avondklok was nog altijd ingesteld en s'avonds gingen we kaarten of schaken bij de buren. Eén van de buren had een werkhuis met draaiwerk en laswerk, het waren 2 broers die dit uitbaten. Men maakte er werktuigen en attributen voor de scheepvaart alsook garagekrikken. tijdens zo'n schaakavond kwam ik ook te weten dat zij nog wel iemand konden gebruiken en aangezien ik op school al de beginselen van het draaiwerk had geleerd mocht ik daar komen werken als metaaldraaier en daar heb ik me dan ook vervolmaakt. Daarbij kwam ook nog schaven, boren en frezen. Ik leerde daar dan ook meer dan op school. En aangezien het naast onze deur was kon ik s'avonds met de baas wat klusjes opknappen en die bracht mij heel wat bij van het beroep
Spijtig genoeg is er ook een gasontploffing geweest waarbij één van de broers bijna blind is geworden. Na dit ongeval verhuisde het bedrijf naar Hamme en was ik mijn werk kwijt. Het was een moeilijke en onrustige tijd. Ondanks de onrustige tijd maakten we toch nog wat plezier want in Deurne waren er heel veel café's die in weekeindes en op donderdag heel veel volk kregen. In elke café was er wel een jazzbandje van 19u tot 22u want om 23u moest men al binnen zijn vanwege de avondklok. Een jazzband bestond gewoonlijk uit een harmoniekanis en een batterist (drumstel) Er was ook een café waar een zanger kwam zingen en die deed Al Johnson na en was ook helemaal geschminkt.
Het was ook een tijd dat ik met mijn zusters en hun vrijers gingen dansen (leren dansen) Zo kwamen we regelmatig in café Welkom. Daar speelde een blinde harmonica en die had wel wat bekendheid in de omgeving. Er was ook een drummer bij en zodoende leerde ik de mensen van het café kennen. De mensen die café hielden hadden een zoon en en dochter en zodoende leerden wij (Juliette en ik) elkaar kennen en leerde ik ook dansen. Want de dochter kon heel goed dansen net als mijn zusters. De dochter van het café heette Juliette en haar broer Charles
Geen opmerkingen:
Een reactie posten